| Homeopathie Homeopathie is een fantastische manier om ziekten en aandoeningen te genezen met behulp van natuurlijke geneesmiddelen. De homeopathie heeft veel mogelijkheden te bieden, en veel geneesmiddelen voor handen. Bij veel chronische aandoeningen, acute problemen en zelfs EHBO kan homeopathie een uitkomst zijn. Het woord homeopathie komt van het Griekse Homois (= gelijksoortigheid) en Pathos (= ziekte). Het principe is al 400 jaar voor Christus ondekt door Hippocrates en word al bijna 200 jaar toegepast in de huidige vorm. De (her) ondekker van de homeopathie was dr Samuel Hahnemann. Hij heeft ontzettend veel betekend voor de homeopathie en word daarom vaak de vader van de huidige homeopathie genoemd. De frequentie van het toedienen is een aspect waar je rekening mee moet houden. Je moet je zelf afvragen of het middel voor een acute of voor een chronische aandoening bedoeld is. Bij een accuut symptoom is de frequentie van toediening om het half uur ,om het uur, om de twee uur enz. Is de aandoening chronisch, dan heeft het geen zin de dosis vaak toe te dienen. In dit geval is 1 tot 2 x daags een dosis frequent genoeg. Tabel dosering per dosis: | | Druppels | Korrels | Tabletten | | Kittens | 3-5 | 3-5 | 1 | | Volwassen katten | 5 | 5 | 1 |
Oogaandoeningen Bindvliesontsteking Over het oog ligt een soort van transparant velletje. Dit is het bindvlies. Het wit van het oog is rood, jeukt en traant. Er kan eveneens lichtschuwheid optreden. Door de jeuk kan het dier veelvuldig met het hoofd over de grond langs voorwerpen strijken of met de voorpoten langs de ogen wrijven. Langdurige tranenvloed die gepaard gaat met haaruitval wijst er in veel gevallen op dat de kwaliteit van het voer te wensen overlaat. Het dier maakt dan gebruik van zijn tranen om allerlei schadelijke stoffen uit te scheiden. Een andere mogelijkheid is, dat er elders in het lichaam een infectie is. Bijvoorbeeld de kaak of het gebit. Euphrasia D4 Euprhrasia werkt goed bij conjunctivitis, waarbij heel kenmerkend is dat de tranen warm en branderig zijn. Ook bij traanbuisontsteking, hoornvliesontsteking, hoornvliesbeschadiging en groene staar. Ook griep en met name kattengriep kan goed met de homeopatisch verdunde ogentroost behandeld worden. Pulsatilla D4 Wanneer de conjuctivis lang duurt en gepaard gaat met een dikke groenige afscheiding, waardoor de oogleden aan elkaar plakken, kan Pulsatilla worden toegepast. Natrium Muriaticum D12 Wanneer de ogen er normaal uitzien maar toch sprake is van een landurige tranenvloed. Huidschimmel Infecties met huidschimmels zien we regelmatig bij de kat en af en toe bij de hond. De klachten varieren sterk, de een wordt helemaal kaal, de ander heeft slechts enkele korstjes. Het is ook mogelijk dat de mens door zijn huisdier besmet wordt. Voorkomen Zoals gezegd komen schimmelinfecties vaker bij de kat voor dan bij de hond. Ook andere dieren (cavia's, konijnen, koeien en paarden) kunnen deze klachten hebben. Bij de kat zien we de problemen vooral bij langharige katten. Binnen de kattenfokkerij vormen schimmelinfecties een groot probleem. Vooral bij groepen katten (cattery's, asiels) is de ziekte moeilijk te bestrijden. Oorzaak De verwekkers zijn schimmels of gisten die zich hebben gespecialiseerd in het leven op de huid. Het gaat dus om een ander soort schimmel dan u op oud hout, kaas, brood en dergelijke aantreft. Er zijn een aantal van deze ziekteverwekkers bekend. Bij de hond en de kat gaat het meestal om microsporie, een infectie met de schimmels microsporum gypseum of microsporum canis. Bij andere diersoorten gaat het vaak om trichophytie, veroorzaakt door trichophyton soorten. Deze huidschimmels leven van keratine, een stof die voorkomt in huid en haren. Ze planten zich voort door sporen. Dat zijn microscopisch kleine zaadjes die zeer lang,ook in extreme omstandigheden, kunnen overleven. Dit laatste maakt de behandeling moeilijk en vaak langdurig. De schimmel op het dier laat zich wel aanpakken, maar de sporen in de omgeving kunnen jaren lang voor problemen zorgen. De weerstands opbouw van dieren tegen schimmels is niet erg groot. Verschijnselen Dieren met een schimmelinfectie hebben huidklachten. Dit uit zich meestal als korstjes, pukkeltjes, schilfers en soms kale plekken. Voorkeursplaatsen zijn de kop, de oren en de nagels. De ziekte kan zich uitbreiden over het hele lichaam. De dieren hebben weinig tot matige jeuk. Schimmelinfecties zijn besmettelijk, dus als U meerdere dieren in huis hebt is de kans dat zij ook klachten hebben of krijgen groot. Ook de mens kan besmet raken. Bij ons ontwikkelt zich dan een zogenaamde ringworm. Deze begint als een klein rood bultje en veranderd in een steeds grote wordende rode ring, met binnen en buiten de ring schijnbaar normale huid. Vooral kinderen zijn de dupe omdat hun weerstand minder is dan die van volwassenen en het contact vaak inniger is. Diagnose Op grond van de verschijnselen kan nooit met zekerheid worden gezegd dat een dier schimmel heeft. Verder onderzoek is dus nodig. Dit onderzoek kan bestaan uit het beschijnen van de aangetaste huid met UV-licht (black-light), het maken van huidafkrabsels voor microscopisch onderzoek of het inzetten van een schimmel-kweek. De methode met UV licht is simpel en snel, maar niet 100% betrouwbaar. Want sommige soorten schimmel lichten groen op als ze bestraald worden door UV licht, maar ook huidschilfers, ontstekingsprodukten en enkele zalven kunnen een positieve uitslag geven. Het huidafkrabsel kost iets meer tijd maar is betrouwbaarder. Toch is het mogelijk dat je net een paar haren treft (bekijkt) die niet aangetast zijn, terwijl het dier toch besmet is. De kweek is de meest betrouwbare methode, maar ook de kostbaarste. Helaas duurt het vaak drie weken voor de uitslag bekend is. Dit komt doordat schimmels langzaam groeien. Behandeling De behandeling bestaat uit een combinatie van een smeersel, shampoo en of pillen. De pillen bevatten een stof die via het lichaam in de haren wordt ingebouwd en giftig is voor schimmels, het smeersel of de shampoo bevat een ander schimmeldodend middel. De pillen kunnen het beste met wat vet eten worden ingegeven, dit bevordert de opname van het medicijn uit de darm. Met de shampoo wordt het dier om de 4 dagen gewassen. De behandeling duurt minimaal 4 weken, maar vaak langer. Dit komt doordat de medicijnen eerst in het haar moeten worden ingebouwd voordat de schimmel afsterft. Aangezien haren traag groeien, duurt het lang voor de schimmel verdwenen is. Hiernaast moet ook de omgeving goed schoon worden gemaakt. Vooral als de besmetting al langer bestaat of als er veel dieren tegelijk aangetast zijn kunnen veel sporen in de omgeving zitten. Als deze niet goed vernietigd worden kunnen de problemen steeds weer terugkeren. Meestal is het voldoende om de omgeving goed huishoudelijk schoon te maken (stofzuigen, dweilen, dekens in de was etc.). Huishoudelijk-schoonmaken is altijd en bij elke besmetting erg effectief. In hardnekkige gevallen kunnen rookkaarsen met een schimmeldodend middel in huis worden aangestoken. Preventie Schimmel is een besmettelijke ziekte. De beste manier om een besmetting te voorkomen is ieder kontakt met andere dieren te vermijden. Dit is natuurlijk niet uitvoerbaar. Plaatsen waar veel dieren bij elkaar zitten, zoals tentoonstellingen, cattery's en asiels vormen een extra groot risico. Dus is het verstandig om direct kontakt tussen de dieren onderling, maar ook dat tussen hun eigenaren te beperken. Dit kan door bijvoorbeeld de dieren niet samen in een kooi te zetten. Vooral geen kammen en borstels wisselen en de dieren niet door iedereen te laten aanhalen. Verder is een goede vachtverzorging van belang; een gezonde goed verzorgde huid is niet zo vatbaar voor schimmels als een huid vol, korstjes en wondjes. Ook de vacht klitvrij houden. Vlooien Een veel voorkomend probleem bij huisdieren is de aanwezigheid van vlooien. De aanwezigheid van deze kleine bruine, zijdelings afgeplatte, diertjes leidt vaak tot heftige jeuk en krabben bij uw huisdier. Het is niet altijd even makkelijk om een vlooien besmetting vast te stellen. Vooral bij dichtbehaarde of langharig dieren zijn deze kleine watervlugge insekten moeilijk te vinden. Bovendien leven vlooien niet op dieren, ze eten er alleen maar. Na dat ze hun buik volhebben verdwijnen ze snel naar de omgeving van uw huisdier; in de meeste gevallen uw huis. Uit onderzoek is gebleken dat 99% van de vlooien in de omgeving zitten en slechts 1 % op uw huisdier. De vlo die u bij uw dier ziet is dus het topje van de ijsberg!! U kunt daarom beter uit kijken naar de aanwezigheid van vlooiepoepjes: kleine zwart-bruine korreltjes die zich tussen de haren bevinden. De vlo Er komen twee soorten vlooien voor nl. de hondevlo en de kattevlo. Hiervan komt de kattevlo veruit het meeste voor, ook bij honden. Om zich te kunnen voortplanten heeft de vlo een bloedmaaltijd nodig. Hierna legt de vlo enige tientallen tot honderden eitjes, die in de direkte omgeving van uw huisdier (uw huiskamer) op de grond vallen. Na 6-8 weken, bij warm weer veel sneller, hebben zich uit de vlooie-eitjes weer nieuwe vlooien ontwikkeld. Deze zoeken weer een nieuwe gastheer op. Vooral na vakanties kan dit op grote schaal gebeuren (vlooienplaag !). Aangezien de eieren ook in huis liggen kunnen onze dieren ook midden in de winter vlooien krijgen. Gevolgen Om aan bloed te komen bijt de vlo een klein bloedvat aan en zuigt het hieruit stromende bloed op. Om te voorkomen dat dit bloed gelijk stolt spuit de vlo een klein beetje speeksel in de huid. Dit speeksel bevat een eiwit wat de bloedstolling remt. Sommige dieren vertonen echter een allergie voor vlooienspeeksel. Een vlooiebeet kan dan al veroorzaken dat het dier zich gedurende 5-7 dagen geen raad weet van de jeuk. Honden bijten dan het achterste gedeelte van hun rug open, vaak tot bloedens toe. Later vertoont dit deel van de rug kale plekken. Bij de kat zijn vaak over de hele rug tientallen kleine bultjes en korstjes te voelen. Het achterste gedeelte van de rug kan kale plekken vertonen. Het voortdurende likken en bijten van de vacht leidt soms tot de vorming van haarballen in de maag en tot braken met de kans op vermagering. Deze vorm van allergiesymptomen (overgevoeligheid) kunnen zowel bij de hond als bij de kat snel en effectief worden bestreden. Daarbij moeten de vlooien afdoende, grondig en langdurig, worden bestreden. Vlooienbestrijding Voor de bestrijding van de lintwormen is dan ook naast het ontwormen, het van het grootste belang dat de VLOOIEN bestreden worden. Deze zorgen steeds weer voor een nieuwe besmetting. U merkt dit doordat de lintwormen na 3-5 weken weer terug lijken te komen. Voor de bestrijding van vlooien staan ons vele middelen ter beschikking. Hiervan zijn er maar enkele afdoende. Bij langharige honden zijn druppels of tabletten met een insecticide geschikt als effectief bestrijdingsmiddel. Uitsluitend bij kortharige honden kunnen ook vlooienbanden worden gebruikt . Nieuw zijn de spray's op pyrethrine basis (oa. Defendog), deze worden op de vacht van de hond gespoten en bieden 2 maanden bescherming. Ze zijn effectief, milieuvriendelijker, veilig voor warmbloedige dieren en niet duur in gebruik. Als laatste kan men tabletten gebruiken met een groeiremmer erin (Program), deze stof heeft geen effect op de volwassen vlo, maar verhinderen het uitkomen van de eieren. Hierdoor sterven de vlooien binnen enkele maanden uit. Bij grote hoeveelheden vlooien is het verstandig om dit middel de eerste maanden te kombineren met een middel tegen de volwassen vlo. Ook Program is effectief, veilig en milieuverantwoord. Program is zowel voor de hond als voor de kat verkrijgbaar. Daarnaast zijn bij katten zowel de vlooiendruppels als de tabletten een geschikt middel. Kortharige katten kunnen met een vlooieband (met elastiekje !) goed behandeld worden. Jonge dieren, tot 3 maanden, kunnen 1 keer per week worden ingepoederd met vlooienpoeder. Biobandjes, homeopatische vlooiendruppels en halsbandzendertjes hebben helaas geen aantoonbaar effect op de vlooien. Shampoo's, sprays en poeders zijn alleen geschikt als aanvullend middel bij de bestrijding van vlooien, omdat ze slechts kort werken en dus niet 100% afdoende zijn. Voor een effectieve bestrijding dient U ook de ligplaatsen van uw huisdier alsmede de direkte omgeving te behandelen als ook goed te stofzuigen. Hiervoor zijn tegenwoordig goede middelen beschikbaar. Nieuw en zeer effectief zijn spuitbussen met zogeheten groei remmers, deze pakken niet alleen de vlooien en hun larven aan, maar gaan ook het uitkomen van de eieren (neten) tegen. Een extra voordeel is dat niet zo vaak gespoten hoeft te worden, één keer per 3 maanden is voldoende. Lintwormen Zowel bij de hond als ook de kat wordt de meest voorkomende lintworm overgebracht door vlooien. De met lintworm-larven besmette vlooien worden bij het verzorgen van de vacht door uw huisdier gevangen en opgegeten. In de darm komen deze lintwormlarfjes bij vertering van de vlo vrij en groeien dan uit tot volwassen lintwormen. Van deze lintwormen treffen we de losgelaten segmenten, als rijstekorrel grote witte stukjes, aan op de ontlasting. De lintwormen zijn goed te bestrijden met lintworm-tabletten. Om te voorkomen dat de lintwormen telkens terugkeren, dienen echter ook de vlooien te worden aangepakt. Lintwormbestrijding zonder een afdoende vlooienbestrijding is dan ook niet goed mogelijk. Voeding Net als honden hebben katten ook hun eigen voedingsbehoefte, met dit verschil dat de voeding van katten nog weer anders is dan samengesteld dan die van honden. In een goed droogvoer voor katten (Hill’s, Iam’s, Royal Canin) komt praktisch altijd taurine voor (een aminozuur waar zwavel deel van uit maakt en dat onder andere weer goed is voor het hart). Ook hebben katten in de regel een hogere behoefte aan eiwitten dan honden. Eiwitten Kittens hebben zelfs een derde meer eiwitten nodig dan hun volwassen soortgenoten. Uitstekende eiwitbronnen zijn vis, kaas, melk, eieren, gevogelte, hart, lever en niertjes. Geef alleen niet te vaak lever of niertjes want dat is op den duur te belastend voor het lichaam, vanwege de ontgiftende werking van dit orgaanvlees. Als een kitten melk gevoerd moet worden, geef dan geen koemelk maar poedermelk in een concentratie die 2x zohoog is als gebruikelijk voor een mensenbaby. Er is echte apart melkpoeder in de handel. Het nadeel hiervan is echter, dat deze poedermelk in de handel in de meeste gevallen en chemische antioxidant bevat. Koemelk alleen bevat de weinig voedingstoffen voor de kattenbaby. Koolhydraten Grote hoeveelheden koolhydraten die worden omgezet in energie, zijn eigenlijk niet eens echt nodig in de kattenmaaltijd. Wanneer het voedsel voldoende eiwitten en vetten bevat, hoeft de maaltijd maar uit een derde gedeelte koolhydraten te bestaan. Vetten Vetten zijn voor katten de allerbeste energiebron en het is jammer dat er in de meeste voeders zo weinig (hoogwaardige) vetten aanwezig zijn. In tegenstelling tot mensen kunnen katten een voeding verdragen, die uit 64% puur vet bestaat, zonder hier lichamelijke problemen of een te hoog cholesterolgehalte van te krijgen. De meervoudige onverzadigde vetzuren zijn voor katten niet zo goed, want een teveel van deze vetzuren werkt contra vitamine E, waardoor vetafzettingen in het lichaam ernstig kunnen worden aangetast. Een andere functie die vet voor de kat heeft, is dat er vitamine A in opgeslagen kan worden. Een kat heeft veel meer vitamine A nodig dan een hond. Zou deze vitamine A in water opgelost worden, dan betekent dit dat er te veel vitamine A verloren gaat, omdat zij uitgeplast wordt. Evenwichtige voeding. Uiteraard bestaat een goed katten- of hondenvoer niet alleen uit bovengenoemde voedingsstoffen, maar natuurlijk ook uit andere ingrediënten, zoals de nodige vitaminen, mineralen en spoorelementen. De onderlinge verhoudingen van deze voedingsstoffen verschillen tussen honden en kattenvoer en tussen kat eten onderling. Met andere woorden, elk dier is een individu en elk individu heeft een andere voedingsbehoefte. Stel dat je het allerbeste samengestelde droogvoer hebt, dan nog zullen er dieren zijn die hier op den duur niet optimaal door functioneren. Een droogvoer is in principe een basisvoer dat regelmatig aangevuld dient te worden met voedingstoffen om tekorten van bepaalde voedingsstoffen tegen te gaan. Op de verpakkingen van droogvoeders staat meestal te lezen dat het een compleet voer betreft, waarbij alleen vers water dient te worden verstrekt. Er mag beslist geen vlees of iets dergelijks bij gegeven worden, anders is de verhouding van voedingsstoffen niet meer in evenwicht! Dit is dus onjuist, wat vaak vergeten wordt, is dat het dier zelf dat evenwicht in de voeding brengt, de ene keer zal het bijvoorbeeld meer van het ene eten dan van het andere. In de natuur is het zelfs zo, dat het voedsel dat het dier eet elke dag weer anders is. Als voorbeeld de wilde kat. De ene dag is hij een vogeltje aan het vangen, de andere dag een jong konijn, de derde dag vangt hij niets en eet wat groenvoer en de vierde dag vangt hij weer een muis. Uit al deze prooien haalt de kat zijn voedingsbehoefte en wat hij de ene dag te kort komt krijgt hij de volgende dag extra. Daarnaast eet hij gras en diverse kruiden voor de benodigde ruwe celstof en diverse vitaminen, mineralen en spoorelementen. De voedingstoffen Behalve eiwitten, koolhydraten en vetten, dient een gezonde voeding ook de noodzakelijke vitaminen, mineralen en spoorelementen te bevatten. Verkeerde verhoudingen van deze voedingsstoffen kunnen voor allerlei aandoeningen en gebreksziekten zorgen. Er vinden tegenwoordig steeds meer onderzoeken plaats naar de werking van onder andere vitaminen en mineralen. Gebleken is in ieder geval dat deze stoffen veelal belangrijker voor het lichaam zijn dan menigeen altijd gedacht heeft. Gelukkig word er ook bij dieren steeds meer gebruik gemaakt van kruiden en verse voedingsmiddelen. Veel mensen wijzen het gebruik van mensenvoeding voor hond en kat sterk af, maar in de praktijk blijkt juist vaak dat deze voeding over het algemeen gezonder is en onder een sterkere controle staat dan vele diervoeders. Je kunt beter vers vlees geven dan ingeblikt, maar je zult je moeten beperken tot schapenvlees, kippenvlees, kalkoenvlees en paardenvlees voor een goede kwaliteit. Het blikvoer bestaat voor ongeveer 85% uit water en het vlees erin bestaat praktisch geheel uit vlees en visafval. Blikvoer is verhoudingsgewijs duurder dan vers vlees of verse vis. Een maaltijd voor hond of kat, die bestaat uit aardappelen, verse groenten, een schepje jus, wat vlees en een yoghurtoetje is in bepaalde gevallen nog beter dan een diervoerder. Rauwe groenten zijn goed voor paarden konijnen of ander vee, maar katten kunnen er niets mee omdat de taaie celwanden niet verteerd kunnen worden in een kattenlichaam . Groenten moet dus altijd even gekookt worden. Vitamine A is onder ander nodig voor de groei, de ontwikkeling van het beendergestel, haar, huidweefsel, nagels, de aanmaak van geslachtshormonen alsmede het gezichtsvermogen. Deze vitamine werkt nauw samen met vitaminen C, D, en E en de mineralen kalk, fosfor en zink. Zink zorgt dat de opgeslagen vitamine A in de lever weer vrijkomt voor gebruik. Gebrek aan vitamine A: Acne, wratten, overgevoeligheid voor licht en meer vatbaar voor infecties en allergieën. Vitamine B (riboflavine) is onder andere nodig voor normale groei en de instandhouding van weefsel, gezonde huis en nagels, gezonde vacht. Deze vitamine heeft een diepgele kleur en wordt daardoor tevens als kleurstof in de voedingsindustrie gebruikt. Krijgt een dier extra vitamine B2 en moet de urine worden nagekeken, dan moet dit wel aan de dierenarts worden gemeld, anders denkt deze dat het dier een leveraandoening heeft. Gebrek aan vitamine B2: Staar, bindvliesontsteking en bloedarmoede. Bij jonge dieren stopt de groei en bij volwassen dieren zie je ontregelde voorplanting en jongen die worden geboren met geslachtsafwijkingen. Vitamine B6 (pyridoxine) is onder ander nodig ter voorkoming van zenuwziekten en huidaandoeningen, voor het functioneren van zenuwen en spieren, ter verwerking van het vet en eiwitten en voor de vorming van rode bloedlichaampjes. Vitamine B6 werkt samen met magnesium. Dieren met epileptische aanvallen reageren heel vaak gunstig op vitamine B6 en magnesium. Soms raken ze alleen al hierdoor hun motorische stoornissen kwijt. Een nadeel van deze vitamine is dat het snel verloren gaat bij verhitting. Gebrek aan Vitamine B6 Diarree, roos, pijnlijke mond, tong en lippen, hart en vaatziekten, zenuwkwalen, huidaandoeningen vermindering van de weerstand. Vitamine E (tocoferol) is onder ander nodig om te voorkomen dat onverzadigde vetzuren en andere vetachtige substanties door zuurstof worden vernietigd (natuurlijke antioxidant), het werkt bloeddrukregulerend, gaat littekenvorming tegen, verzacht de pijn bij wonden, verhoogt de energie en verhindert de vorming van bloedstolsels. Gebrek aan vitamine E: Lever en nierbeschadigingen , spierverzwakking, vroegtijdige veroudering, prostaatvergroting, steriliteit, voortijdig geboren jongen met afwijkingen, zoals een onderontwikkelt hart, ernstige hersenen, long en nierbeschadigingen alsmede kleine, abnormale ogen. Calcium is onder ander nodig voor krachtige botten en tanden en een regelmatige hartslag, het helpt het zenuwstelsel en speelt een rol bij de ijzerstofwiseling. Gebrek aan calcium Botontkalking, Engelse ziekte, botverweking. Chroom is onder andere nodig voor het voorkomen en verlagen van verhoogde bloedruk, voor het groeiproces en ter voorkoming van diabetes. Gebrek aan chroom: Waarschijnlijk eerder kans op diabetes en arteriosclerose. Magnesium is onder ander nodig voor het gezond houden van het gebit en spieren, het geeft verlichting bij indigestie, speelt een rol bij het tegengaan van hartaanvallen en bevordert de werking van het hart en bloedvatenstelsel. Gebrek aan magnesium: Nervositeit en hartaandoeningen. Zink is onder ander nodig voor het genezingsproces van in- en uitwendige verwondingen, het voorkomt prostaatproblemen, vermindert cholesterolafzettingen en helpt bij de vorming van insuline en de samentrekbaarheid van de spieren. Gebrek aan zink Aderverkalking alsmede een niet-kwaadaardige vergroting van de prostaatklier Het samenstellen van goed voer. Een aantal richtlijnen zijn heel belangrijk. Als je er rekening mee houdt, dat een voeding elke keer weer alle voedingsstoffen in de juiste hoeveelheden dient te bevatten ben je al een heel eind in de goede richting. Het makkelijkst is het om uit te gaan van goed basisvoer, waarvoor je een goed droogvoer kunt gebruiken. Daarnaast zijn vers vlees (behalve varkensvlees) gevogelte, vis, diverse kort gekookte groenten, eventueel met aardappelen of zilvervliesrijst, welkome aanvullingen op de menukaart van de kat. Er zijn ook mensen die liever gebruik maken van een goed multi-vitaminenpreparaat naast het basisvoer. Dit is ook een optie, maar als je gebruik maakt van een preparaat voor menselijk gebruik moet je wel weten welke dosering je aan moet houden. Voedselallergie bij de kat De term voedselallergie wordt vaak gebruikt als verzamelnaam voor nadelige reacties op voeding. Bij katten kan voedselallergie huidproblemen en maag- en darmklachten veroorzaken. Dit artikel geeft een overzicht van de symptomen van voedselallergie bij de kat, de methode die de dierenarts gebruikt voor het stellen van de diagnose en de behandeling die de dierenarts bij katten met voedselallergie voorschrijft. Nadelige reacties op voedsel worden in de praktijk vaak bestempeld als 'voedselallergie'. Deze naamgeving is niet geheel juist, omdat de term 'allergie' aangeeft dat het een reactie van het immunologische afweersysteem betreft. Het immuunsysteem is echter niet bij alle nadelige reacties op voedsel betrokken. Dergelijke reacties kunnen ook een gevolg zijn van niet- of onjuist functioneren van spijsverteringsenzymen en giftige of op medicijn-gelijkende bijwerkingen van voedingsmiddelen en hun omzettingsprodukten (voedselintolerantie) (7). De achterliggende oorzaak van een nadelige reactie op voeding is vaak niet exact vast te stellen. Daarom wordt vaak in de praktijk (9, 13) en ook in dit overzicht, ongeacht de oorzaak, voor alle nadelige reacties op voeding de term voedselallergie gebruikt. Het is niet precies bekend hoeveel katten last hebben van voedselallergie. De schatting is dat ongeveer 1 tot 10 procent van de huidproblemen bij katten het gevolg is van voedselallergie (2, 4, 5, 10, 13). Voedselallergie komt bij alle katterassen even vaak voor. Met betrekking tot het vóórkomen van voedselallergie is er eveneens geen relatie met geslacht of leeftijd aangetoond (4, 5, 15). Voedselallergie kan na een recente verandering in de voeding optreden, maar dit is niet strikt noodzakelijk. Vaak ontwikkelen katten een allergie tegen bestanddelen in de voeding, die zij al jaren zonder problemen gegeten hebben (6, 10). Symptomen van voedselallergie bij de kat Voedselallergie kan op vele manieren tot uiting komen en bij iedere kat een ander ziektebeeld opleveren. Er is daarom bij voedselallergie niet te spreken over een algemeen herkenbaar ziektebeeld (5, 13). De meest voorkomende klacht bij voedselallergie is een niet-seizoengebonden huidprobleem, waarbij jeuk vaak op de voorgrond treedt. De jeuk komt tot uiting in krabben, schuren, likken of overmatig wassen (4). Enkele andere huidklachten die als gevolg van voedselallergie kunnen ontstaan zijn miliaire dermatitis (gekenmerkt door de aanwezigheid van vele kleine korstjes, bobbeltjes en huidschilfers), eosinofiele plaques (grote, verhoogde, vaak rood gekleurde 'schijven'), haaruitval, zweren en oorontsteking (1, 4, 5, 13, 14). Deze symptomen kunnen zowel afzonderlijk als in combinatie voorkomen. Huidafwijkingen en jeuk kunnen op alle plaatsen van het lichaam voorkomen, maar zijn bij ongeveer de helft van de katten voornamelijk gelokaliseerd op de kop en nek (15). Behalve huidproblemen kan voedselallergie ook maag- en darmklachten zoals braken, diarree en winderigheid veroorzaken (2, 5). Maag- en darmklachten kunnen het enige symptoom van voedselallergie zijn (3), maar kunnen ook in combinatie met huidproblemen voorkomen. Heel zelden kan voedselallergie bij katten naast huidproblemen en maag- en darmklachten andere symptomen zoals astma en gewrichtsontsteking veroorzaken (1, 5). Hoe wordt door de dierenarts de diagnose voedselallergie gesteld? Voedselallergie kan, zoals hierboven beschreven is, een veelheid aan symptomen veroorzaken. Het is echter onjuist te denken dat alle katten met bovenbeschreven huidproblemen en/of maagdarmklachten last hebben van voedselallergie. Ook andere oorzaken kunnen tot vergelijkbare symptomen leiden. Irritatie als gevolg van vlooiebeten, allergie voor vlooien, graspollen, huismijt, medicijnen etc. en besmetting met mijten, schimmels of bacteriën kunnen dezelfde huidproblemen veroorzaken als voedselallergie (4, 5, 9, 13). Maag- en darmproblemen kunnen eveneens veroorzaakt worden door besmetting met darmparasieten. Voordat de dierenarts de diagnose voedselallergie kan stellen, is het noodzakelijk andere oorzaken, die eenzelfde ziektebeeld opleveren, uit te sluiten. Voor het stellen van de diagnose is het allereerst belangrijk dat de dierenarts voldoende informatie krijgt over het ontstaan van de symptomen en de manier waarop klachten zich ontwikkeld hebben. Het is verder nuttig te weten of de kat buiten komt, of er binnen het huishouden meer huisdieren met klachten zijn en welke voeding verstrekt wordt. Vervolgens kan door middel van huidonderzoek, waarbij inspectie van vacht, huid en huidafkrabsels plaatsvindt, de aanwezigheid van parasieten en infecties met schimmels of bacteriën worden vastgesteld (4, 5, 13). Als er duidelijke aanwijzingen zijn dat de kat last heeft van een andere allergie dan voedselallergie (bijvoorbeeld allergie voor vlooien, graspollen, huisstof, huidschilfers of geneesmiddelen) dan kan dit vaak door middel van bloedonderzoek of huidtesten vastgesteld worden. Het is niet mogelijk met behulp van dergelijke testen betrouwbaar een diagnose van voedselallergie te stellen (4, 14). De enige juiste manier om met zekerheid voedselallergie vast te stellen is door gebruik te maken van een zogenaamd 'hypoallergeen eliminatiedieet'. Een zelfbereid hypoallergeen eliminatiedieet wordt gemaakt van bestanddelen die de kat niet eerder verstrekt kreeg. Omdat voedselallergie als gevolg van een immunologische reactie tegen een voedermiddel pas kan optreden als het dier vaker aan het voedermiddel is blootgesteld, is de kans dat de kat een nadelige reactie op het hypoallergene eliminatiedieet vertoont zeer gering. De samenstelling van een geschikt hypoallergeen dieet hangt af van de gebruikelijke voeding van de kat. Een zelfbereid eliminatiedieet wordt vaak samengesteld uit uitsluitend lamsvlees en rijst. Als de kat echter gewend is lamsvlees of een commercieel kattevoeder bereid met lamsvlees te eten, kan bijvoorbeeld kip of konijn gebruikt worden. Gedurende een periode van ongeveer 6 weken krijgt de kat uitsluitend water en het hypoallergene eliminatiedieet verstrekt. Melk, snoepjes, tafelresten, snacks of supplementen mogen niet gegeven worden omdat de kat hier ook gevoelig voor kan zijn (1, 2, 5, 14). Om te kunnen controleren of de kat niets anders dan het hypoallergene dieet eet, moet het dier binnenshuis gehouden worden. Om uitsluitend het effect van het eliminatiedieet te kunnen bestuderen zal een dierenarts over het algemeen tijdens de eliminatietest geen medicijnen ter onderdrukking van allergische reacties of bacteriële infecties voorschrijven. Slechts bij enkele gevallen wordt medicatie gedurende de eerste 2 tot 3 weken van de test toegestaan. Het is dan belangrijk dat het eliminatiedieet nog enkele weken na beëindiging van de medicatie wordt verstrekt om zo het effect van het dieet en de medicatie te kunnen onderscheiden (2). Een test met een hypoallergeen eliminatiedieet vereist de volledige medewerking van de eigenaar van de kat en kan alleen goed verlopen als de eigenaar goed door de dierenarts is voorgelicht en zich strikt aan de voorschriften houdt (12). Bij een kat met voedselallergie zullen de symptomen tijdens verstrekking van een geschikt hypoallergeen dieet binnen een periode van enkele dagen tot weken verdwijnen (15). Om met zekerheid vast te stellen of de verbetering geen toeval, maar het resultaat van het hypoallergene dieet was, wordt vervolgens de oorspronkelijke voeding weer aan de kat gegeven. Slechts indien de symptomen weer opgewekt worden door het gebruik van de oorspronkelijke voeding en opnieuw herstellen na verstrekking van het hypoallergene dieet, is voedselallergie definitief vastgesteld (2, 11). Het vaststellen van het allergie-veroorzakende voedingsmiddel Als de diagnose voedselallergie gesteld is, is het voor de behandeling belangrijk vast te stellen voor welk bestanddeel van de oorspronkelijke voeding de kat allergisch is. Hiervoor wordt telkens slechts één onderdeel van de oorspronkelijke voeding gedurende 1 tot 2 weken aan het hypoallergene dieet toegevoegd (2, 4, 11). Als de kat geen nieuwe symptomen krijgt, kan het voedermiddel blijvend aan het hypoallergene dieet toegevoegd worden. Als echter de klachten binnen enkele uren tot 2 weken na de start van de toediening van het voedingsmiddel terugkomen, is de kat allergisch voor het betreffende voedermiddel en dient dit in het vervolg vermeden te worden. Voor de volgende voedermiddelen is aangetoond dat zij voedselallergie bij de kat kunnen veroorzaken: vlees (rund-, varkens-, kippe-, paarde-, konijne- en lamsvlees), vis, melk en melkprodukten, eieren, tarwe-, soja- en rijstemeel, commerciële kattevoeders en voederadditieven (5, 13, 14). Een kat kan voor meerdere voedermiddelen allergisch zijn (11). Uit de bovenstaande lijst met voedermiddelen die voedselallergie bij katten kunnen veroorzaken blijkt dat er niet in het algemeen gesteld kan worden welke voedermiddelen allergische reacties veroorzaken en welke voedermiddelen niet. Bij de ene kat zal een hypoallergene voeding bestaande uit lamsvlees de symptomen van voedselallergie voorkómen, terwijl lamsvlees bij een andere kat juist symptomen van voedselallergie kan veroorzaken. Gangbare commerciële kattevoeders bevatten veel gemeenschappelijke bestanddelen. Het is daarom niet zinvol te trachten symptomen van voedselallergie te vermijden door het ene commerciële kattevoeder te vervangen door het andere (1, 10). Behandeling van voedselallergie met behulp van een hypoallergeen dieet Katten met voedselallergie kunnen vrij van symptomen gehouden worden door het voedermiddel waarvoor zij allergisch zijn voortaan te vermijden. Als een kat allergisch reageert op melk of een snack, zijn deze voedermiddelen eenvoudig uit de dagelijkse voeding te verwijderen en kan een normaal commercieel kattevoeder verstrekt worden. Wanneer de kat allergisch is voor een component uit commercieel kattevoeder, is het noodzakelijk dat de kat een hypoallergeen voer krijgt, dat het betreffende voedermiddel niet bevat. Voor dit doel kan een zelfbereid voeder, dat als hypoallergeen eliminatiedieet is gebruikt, dienen. Zelfbereide diëten, bestaande uit uitsluitend lamsvlees en rijst, bevatten echter niet alle benodigde voedingsstoffen. Voor volwassen katten die langer dan ca. 6 weken een zelfbereid dieet krijgen en voor kittens in het algemeen, geldt dat er extra voedingsstoffen (oa. calcium, thiamine, ijzer, vetzuren en taurine) aan het zelfbereide dieet toegevoegd moeten worden (8, 13). In plaats van het zelfbereide dieet kunnen ook speciale commerciële hypoallergene diëten gebruikt worden. Een voordeel van commerciële hypoallergene diëten boven zelfbereide diëten is dat zij gemakkelijk in gebruik zijn en een volledige en uitgebalanceerde samenstelling hebben. In enkele gevallen kunnen commerciële hypoallergene diëten het voordeel hebben dat zij minder tandplak, verstopping, diarree en gewichtsverlies veroorzaken (12). Er zijn echter ook nadelen verbonden aan het gebruik van commerciële hypoallergenen diëten. Sommige dieren accepteren de diëten slecht of vertonen toch symptomen van voedselallergie (9). Het opnieuw verschijnen van symptomen na verstrekking van commerciële hypoallergene voeders kan veroorzaakt worden door de toevoeging van componenten die het voeder nutritioneel volledig maken (12). Prognose Als eenmaal het allergie-veroorzakende voedermiddel is vastgesteld, is de prognose in het algemeen zeer goed (5, 13). Voedselallergie zelf is niet te genezen, maar de symptomen zijn te voorkomen door het allergie-veroorzakende voedermiddel in de voeding van de kat te vermijden. Door gedurende de rest van het leven een geschikt hypoallergeen dieet te verstrekken kan de kat vrij van symptomen gehouden worden. Soms kan zich een voedselallergie voor een component van het hypoallergene dieet ontwikkelen (6). Het is dan belangrijk opnieuw een geschikt hypoallergeen dieet te vinden. Voedselallergie bij de kat veroorzaakt voornamelijk niet-seizoengebonden huidproblemen die gepaard gaan met jeuk. Behalve huidproblemen kan voedselallergie ook maag- en darmklachten teweeg brengen. Voordat de dierenarts de diagnose voedselallergie kan stellen, is het noodzakelijk andere mogelijke oorzaken uit te sluiten. De definitieve diagnose van voedselallergie kan alleen gesteld worden met behulp van een zogenaamd hypoallergeen dieet, dat uitsluitend bestaat uit voedermiddelen die nooit eerder door de kat gegeten zijn. Katten met voedselallergie kunnen vrij van symptomen gehouden worden door te vermijden dat het allergie-veroorzakende voedermiddel in de voeding van de kat aanwezig is Copyright © Anita |